VSO | werken: stage
De leerlingen van de eindgroepen (bovenbouw) volgen een driejarig stagetraject.
In het eerste stagejaar krijgen de leerlingen een stageplaats binnen de school toegewezen, dit wordt interne stage genoemd.
Tijdens de profielen kunnen de leerlingen bij winkelpraktijk en verzorging meedraaien in een arbeidstraining op een echte werkplek onder leiding van de vakdocent om zodoende te ervaren wat dit werk inhoudt en veel praktische ervaring op te doen.
Afhankelijk van de mogelijkheden en wensen van de leerling wordt in het
tweede stagejaar een stage buiten de school, d.w.z. een externe stage, gezocht gedurende één of meerdere dagen per week.
In het
derde stagejaar wordt een stageplaats gezocht die gericht is op de arbeidsmogelijkheden van de leerling op de arbeidsmarkt. De ervaringen van eerdere stages worden in de keuze meegenomen.
Deze stagemogelijkheden zijn gesitueerd op activiteitencentra, de sociale werkvoorziening of in het vrije bedrijf.
Doel van de stage
- Kennismaken met een meer arbeidsgerichte situatie en het opdoen van ervaringen.
- Toepassen van geleerde praktische vaardigheden.
- Toepassen van geleerde sociale vaardigheden.
- Uiteindelijk het vinden van een vrijwilligersbaan, een baan bij een activiteitencentra of sociale werkplaats of het vinden van een betaalde baan.
Keuze van de stageplaats
Voorafgaande aan het nieuwe school- en stagejaar vult de leerling een arbeids-interesse-test in. De uitkomsten van deze test(en) worden met de leerling besproken. Ook van belang voor de keuze zijn: de inzet en resultaten van een leerling bij het vakkenpakket en de profielen, eventuele eerdere stage-ervaringen. Zo mogelijk worden verschillende stageplaatsen bezocht, zodat leerlingen een goed beeld kunnen vormen van een stageplaats of een werkgebied. Afhankelijk van de mogelijkheden van de stagebiedende instanties wordt een keuze bepaald.
Voorafgaand aan de stageperiode wordt soms een kennismakingsbezoek afgelegd aan de stagebiedende instantie.
Stageperiode
In principe duren de stages een schooljaar, mits de stagebiedende instantie, de school en de leerling anders overeenkomen. De leerling loopt geen stage tijdens de schoolvakanties. De stagedag(en) wordt (worden) vastgesteld in overleg met stageplaats, de leerling en de stagedocent. Indien de leerling, de stagebiedende instantie en de stagedocent tijdens de stageperiode onoplosbare problemen tegenkomen, dan kan in onderling overleg de stage worden afgebroken. Indien mogelijk verzorgt de stagedocent een vervangende stage.
Stage-overeenkomst
De afspraken voor een stage buiten de school worden vastgelegd in een stage-overeenkomst. Deze wordt ondertekend door de stagiair, de stagebiedende instantie en door de stagedocent. Indien de stagiair nog geen 18 jaar is of onder curatele staat wordt de stage-overeenkomst ondertekend door een ouder of voogd.
Besprekingen informatieoverdracht
De stagedocent geeft voorafgaand aan de stage:
- Aan de stagebiedende instantie beperkte mondelinge en schriftelijke informatie die zij nodig heeft om de leerling optimaal te kunnen begeleiden.
- Aan de stagiair en zijn/haar ouders/verzorgers schriftelijke informatie over de stageplaats (stageperiode, stagedag(en), stage- tijden, stageadres, telefoonnummer, en zo mogelijk naam stagebegeleider) en verdere afspraken.
De leerling heeft een
stage-zakboek, waarin de werkzaamheden en de ervaringen worden opgeschreven. De leerling neemt dit persoonlijk stage-zakboek zelf mee naar stage en naar school. De informatie wordt besproken in groepsgesprekken tijdens de les arbeidsoriëntatie en in individuele gesprekken met de stagiair.
In oktober/november wordt door de stagedocent een eerste stagebezoek afgelegd. In januari/februari vindt de tussenevaluatie plaats, waarbij geprobeerd wordt leerpunten met de stagiair op te stellen. In de eindevaluatie aan het einde van de stageperiode worden de eerder geformuleerde leerpunten besproken. Van beide evaluatiegesprekken wordt een verslag gemaakt.
Toekomstgesprekken
over de drie domeinen wonen − werken − vrije tijd
Met de leerling (± 17 jaar).
Met de leerling en de ouders/ verzorgers in een later stadium.
Deze gesprekken worden door de mentor gevoerd.
Jobcoach-organisatie
Onze school werkt samen met enkele jobcoachorganisaties. Sommige leerlingen krijgen een jobcoach toegewezen. Deze jobcoach begeleidt de leerling bij het vinden van een passende stage en werkt de leerling in op zijn stage. Tevens traint de jobcoach de route die de leerling moet afleggen naar zijn/haar stage. Net zoals de stagedocent van school onderhoudt de jobcoach contact met het stagebedrijf en legt hij/zij bezoeken af en verzorgt de evaluaties. Tijdens de laatste stage wordt bekeken of de leerling in aanmerking komt voor een vrijwilligersbaan of een betaalde baan. De jobcoach begeleidt ook dit proces en blijft de leerling ook volgen nadat de leerling van school is en deelneemt aan het arbeidsproces. De stagedocent bepaalt met de jobcoachorganisatie welke leerlingen in aanmerking komen voor aanmelding voor een jobcoach.
Ouders
Ouders worden geïnformeerd over de stageplek en de vorderingen. Leerlingen en/of ouders moeten de stageplek op de hoogte brengen en de stagedocent/jobcoach bellen bij ziekte of afwezigheid. Wanneer ouders meer informatie willen over de stageplek of de vorderingen van de leerling moeten zij zich tot de stagedocent van school wenden. Alleen de stagedocent heeft contact met de stageplek.