Leerlingprofielen VSO

Leerroute 1 en 2

De leerlingen van leerroute 1 en 2 (indicatie IQ-bereik < 35) hebben veel nabijheid en (soms) intensieve ondersteuning nodig. Het onderwijs richt zich op de communicatieve, de motorische en zintuiglijke ontwikkeling. Er is veel aandacht voor het vergroten van hun alledaagse en sociale redzaamheid, leren spelen en functioneren in een groep. De leerlingen kenmerken zich door pragmatische leerstijl. Zij leren deels sensomotorisch en gevoelsmatig. Waarbij het leren sterk gebonden is aan het hier en nu, aan de fysieke omgeving en het eigen lichaam. Zij leren ook door te doen, te ervaren en door herhaling. Het gaat dan vooral om: beleven waar het geleerde in de praktijk voor dient, toepassen en doen met veel voor gestructureerde oefening, met veel context en details, in kleine stapje en duidelijk gestructureerd.

In de groepen 1A, 2A, 3A en 4A – op de eerste etage – is er voor de leerlingen een afwisseling in participeren bij groepsactiviteiten aan (bijvoorbeeld de groepstafel), individuele activiteiten en opdrachten aan hun eigen tafel (voor sommigen met Teach kast) en ontspanningsmomenten. In de klassen wordt gebruik gemaakt van pictogrammen. Er is een duidelijke, vaste structuur in het dagprogramma, de indeling van lokalen en de opbouw van de lessen. Er worden korte en enkelvoudige opdrachten gegeven.

Leerroute 3 en 4

Met de leerlingen van leerroute 3 en 4 (indicatie IQ-bereik < 70) wordt toegewerkt naar een zo groot mogelijke zelfstandigheid en sociale redzaamheid. Met hen wordt gewerkt aan het (functioneel) lezen en rekenen/wiskunde omdat dit bijdraagt aan de regie die zij over hun leven kunnen hebben. Waar mogelijk wordt de leerstof uitgebreid met begrijpend lezen en spelling. De leerlingen leren door nadoen en praktisch toepassen, door concrete en betekenisvolle instructie en (veel) herhaling in activiteiten.

In leerroute 3 en 4 is nog veel aandacht voor cognitieve vakken (eruit halen wat er mogelijk in zit), leren toepassen van geleerde activiteiten, het “geleerde in de praktijk” brengen. Toewerken naar uitvoeren van meervoudige opdrachten, grote aandacht voor de 21e eeuwse vaardigheden als samenwerken, communiceren, creatief denken, kritisch denken, burgerschap, probleem oplossen, informatie- en ICT vaardigheden, mediawijsheid, sociale en culturele vaardigheden en zelfregulatie.